Home arrow Professionals arrow Wetenschappelijk onderzoek arrow Onderzoeken en publicaties

Lopende onderzoeken


Forensische behandelinnovatie en –effectiviteit

Algemene behandeleffectiviteit: sinds 2007 loopt een longitudinaal onderzoek naar de behandelvoortgang. Bij opname, en daarna jaarlijks, vullen patiënten een aantal vragenlijsten in (meting van o.a. kwaliteit van leven, lichamelijke en geestelijke gezondheid, impulsiviteit en agressiviteit), scoort de sociotherapie het lichamelijk en psychisch welzijn van iedere patiënt,  en doen een onderzoeker en de hoofdbehandelaar een risicotaxatie om de belangrijkste risicofactoren per patiënt te identificeren, risicomanagement vast te leggen, de behandeling te bepalen en werking daarvan te evalueren. Deze gegevens worden aangevuld met informatie, zoals door patiënt veroorzaakte incidenten en bezit en/of gebruik van drugs. Met deze grote datafile wordt onder meer onderzocht hoe effectief de therapieën voor specifieke risicofactoren zijn. Dit project wordt uitgevoerd door Gerjonne Akkerman-Bouwsema en Loes Hagenauw.

De Barratt Impulsiveness Scale-11 (BIS-11) en de Buss-Perry Aggression Questionnaire (BPAQ) worden in de forensische psychiatrie ingezet om zelf gerapporteerde impulsiviteit en agressiviteit van patiënten in kaart te brengen. Julie Karsten onderzoekt de psychometrische eigenschappen van deze vragenlijsten met behulp van de bovengenoemde dataset om hun gebruik in de forensisch psychiatrische praktijk te valideren.

Mentalization Based Treatment (MBT): in 2015 is deze behandelvorm door Karel ’t Lam als innovatie gerealiseerd op de afdeling voor persoonlijkheidsproblematiek en de afdeling voor zedenproblematiek. MBT wordt door Julie Karsten onderzocht op werkzaamheid bij forensisch psychiatrische patiënten. Bij opname, en daarna halfjaarlijks, vullen patiënten verschillende vragenlijsten in om bepaalde componenten van mentaliserend vermogen te meten, bijvoorbeeld de mate van empathie, emotieherkenning bij zichzelf en bij anderen en interpersoonlijke reactiviteit.

Behandelprogramma voor brandstichters: naar aanleiding van onderzoek naar brandstichters door de FPK en een aldaar gevonden driedeling werd vervolgens een behandelprogramma geschreven. Momenteel wordt dat zowel in
de de FPK als ook in andere instellingen geïmplementeerd en onderzocht op effectiviteit. Zowel de implementatie alsook het onderzoek worden ondersteund door KFZ.


De invloed van slaaptherapie op de slaap en psychopathologie

In het kader van haar promotieonderzoek doet Maaike van Veen m.b.v. de bovengenoemde dataset onderzoek naar de associaties tussen slaapkwaliteit en impulsief en agressief gedrag, bij uiteenlopende psychiatrische problematiek. Zo heeft ze recentelijk laten zien dat patiënten met cluster B persoonlijkheidsproblematiek last hebben van met name inslaapproblemen en dat dit geassocieerd is met de ernst van impulsief gedrag.

Veel forensisch psychiatrische patiënten lijden aan slapeloosheid (insomnie). De meest effectieve interventie voor langdurige slapeloosheid is cognitieve gedragstherapie voor insomnie (cgt-i), waarbij gebruik gemaakt wordt van modules als slaaphygiëne, slaaprestrictie en stimuluscontrole. Het is onduidelijk in hoeverre deze therapie ook werkt bij complexe psychiatrische patiënten die opgenomen zijn in een kliniek. Gesubsidieerd door het Zorgondersteuningsfonds voert Maaike van Veen, samen met Jorien Engberts en Marike Lancel en behandelaren van de van Mesdag Kliniek, een onderzoek uit naar de effecten van cgt-i op de slaapkwaliteit en op impulsiviteit en agressie bij patiënten van de twee klinieken.

Er bestaat geen richtlijn voor de diagnose en behandeling van slapeloosheid bij mensen met ernstige psychiatrische problematiek. Gesubsidieerd door Kwaliteit Forensische Zorg onderzoeken Marike Lancel, Jorien Engberts en Lianne Vreugdenhil (klinisch psycholoog in opleiding) belangrijke insomnie uitlokkende en onderhoudende factoren bij patiënten van 5 grote forensische instellingen. Samen met behandelaren van deze instellingen zal het bestaande cgt-i protocol worden aangepast aan de specifieke omstandigheden en problemen van deze psychiatrische populatie. Er zal een richtlijn worden opgesteld die middels intern en extern pilot-onderzoek op werkzaamheid zal worden onderzocht en zo nodig zal worden bijgesteld.

Omdat benzodiazepinen een hoog risico op tolerantievorming en misbruik hebben, schrijven psychiaters in toenemende mate lage doses van sederende psychofarmaca voor ter behandeling van slapeloosheid. Een probleem van dit ‘off-label’ gebruik is dat er weinig kennis is van de invloed van die psychofarmaca op de slaap zowel op korte als op de lange termijn. Samen met de master studente Lise Beumler onderzoekt Marike Lancel momenteel de effecten van de psychofarmaca Quetiapine en Mirtazapine – die vaak ‘off-label worden voorgeschreven - op het slaap-EEG.

Voor een aantal psychiatrische stoornissen, met name depressie en angststoornissen, zijn indicaties dat de behandeling van comorbide slaapstoornissen de psychiatrische uitkomst ten goede komt. Om meer inzicht te krijgen bij welke psychiatrische stoornissen dat het geval is en welke psychiatrische symptomen het betreft, is het Slaapcentrum voor Psychiatrie Assen begonnen met door patiënten laten invullen van vragenlijsten naar de ernst van specifieke psychopathologie en kwaliteit van leven voor en 3 maanden na behandeling van de slaapstoornissen. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Marike Lancel  in samenwerking met masterstudenten en mogelijk met een aan te stellen promovendus.