Na de verwijzing

Diagnostiek
Het zorgaanbod van de Forensische Psychiatrie richt zich op het verminderen van het risico op delicten en daarmee op het mogelijk maken van een veilige terugkeer in de maatschappij.
Om dat doel te bereiken is het startpunt van elke behandeling: uitgebreide diagnostiek waar dat nog niet is gebeurd, of verfijning of verdieping van eerder verricht diagnostisch onderzoek zoals bijvoorbeeld reeds beschikbaar vanuit Pro justitia rapportages. Daarbij gaat het om het in kaart brengen van stoornissen en beperkingen, alsook om het maken van een functieanalyse waarbij de relatie tussen deze stoornissen en beperkingen met (reeds gepleegde) delicten wordt gelegd (delictanalyse). Deze analyse beperkt zich niet tot de relatie tussen stoornissen en delicten, ook de omstandigheden waarin de patiënt verkeerde worden meegewogen. Daarbij kan worden gedacht aan zaken als werk, financiën, huisvesting en betrokkenheid van steunende of juist ontwrichtende naasten. Diagnostiek vindt plaats in de vorm van dossierstudie, individuele gesprekken, observaties in verschillende settings (afdeling, bij psychomotore therapie, gedurende arbeid), lichamelijk onderzoek en nader psychologisch onderzoek op indicatie. Naast het verrichten van (delict)diagnostiek wordt bij de start expliciet aandacht besteed aan het motiveren van patienten en zo mogelijk hun systeem. In deze (afstemmings)fase wordt met behandelteam en patiënt gesproken over welk zorgprogramma het meest passend is en wordt stilgestaan bij de leerstijl en mogelijkheden van patient. Tenslotte worden gevalideerde risicotaxatieinstrumenten ingezet om het delictrisico zo objectief mogelijk weer te geven, de behandeling aan te laten sluiten bij de belangrijkste dynamische risicofactoren en tenslotte om het behandelverloop te kunnen volgen in de tijd.
Op basis van de gevoerde gesprekken en in overleg met de verwijzer bepalen we welke behandeling de patiënt krijgt. Dit leggen we vast in een behandelplan. Hierna begint de behandeling.